FacebookTwitter

Ik laat me de ouderdom niet door de neus boren

Onderstaande column werd door schrijfster Renate Dorrestein (60) uitgesproken op 5 november 2014 tijdens de debattenserie 'Grey Power. Over de kracht van vitale ouderen' in het VUmc te Amsterdam. Wij mogen deze tekst die tot nadenken stemt, publiceren. Meer weten? Klik hier. We zijn uiteraard benieuwd naar ieders mening!

 

Door Renate Dorrestein

Kunnen en willen we ouderdom voorkomen, het onderwerp van vanavond, is een vraag waarvan het zweet mij onmiddellijk uitbreekt. Want deze vraag is een regelrechte bedreiging van een toekomstperspectief dat ik al heel lang koester, namelijk dat ik op een dag eindelijk een oude vrouw zou zijn. Daar heb ik me altijd ontzettend op verheugd. Een jonge vrouw zijn vond ik vaak een behoorlijk onzekere en ingewikkelde situatie, daarna was de fase van een rijpe, volwassen vrouw zijn met gemak de meest veeleisende periode in mijn leven, en vervolgens heeft de overgang naar de middelbare muts die ik nu ben het uiterste van mijn aanpassingsvermogen gevergd. En nu, nog maar een steenworp verwijderd van mijn beloning, wordt mijn welverdiende oude dag onder mijn poten vandaan gezaagd, omdat we de ouderdom blijkbaar moeten kunnen en moeten willen voorkomen.

Dit is een ontwikkeling die trouwens al een tijdje gaande is. Mijn eigen generatie, die van de babyboomers, heeft daar een belangrijke bijdrage aan geleverd. 'Ouwe lullen moeten weg,' zongen wij, 'ouwe lullen moeten weg, ouwe lullen staan alleen maar in de weg. 'Forever young was ons motto. We verklaarden de jeugd superieur en de ouderdom inferieur. En omdat deze generatie altijd een enorm stempel op alles heeft weten te drukken, is het een maatschappelijke werkelijkheid geworden dat de jeugd het primaat heeft en dat iedereen er dus voor moet zorgen om niet oud te worden maar levenslang jong te blijven. Dat begint met de opgave er in elk geval jong uit te zien - zoals u ook kunt opmaken uit het feit dat ik hier op m'n zestigste in een spijkerbroek voor u sta.

Alweer bijna tien jaar geleden publiceerde journaliste Christa D'Suza een spraakmakend artikel in het Britse dagblad The Observer, getiteld 'The rise of age-orexia'. Ze schreef: 'Ik ben niet de enige die gelooft dat het idee om vijftig te moeten zijn, an absolute outrage is. Ik ben niet de enige die ervan overtuigd is dat veroudering je alleen maar overkomt als je zelf zo laks en slonzig bent om dat te laten gebeuren. Joan Collins heeft tot ver in de zeventig hard en met succes aan haar uiterlijk gewerkt. Waarom zou ik niet hetzelfde doen?' Was getekend: 'My name is Christa. I'm an age-orexic.'

Age-orexia, de kwaal die zich de laatste decennia over de westerse wereld heeft verspreid, is niet zozeer de angst voor ouderdom, het is de blatante overtuiging dat je het niet zo ver hoeft te laten komen. Je kunt er zelf wat aan doen. Om te beginnen: grijp naar de botox, laat je oogleden liften,doe een rondje liposuctie en verf je haar. En oh, vergeet je vooral leefstijl niet. Laat de kersenbonbons en de campari staan, klim op die racefiets, ga paaldansen of pak desnoods de Nordic wandelstokken, maar dóé iets. Wees actief, energiek en dynamisch. Anders heb je het aan jezelf te danken. Je bent een loser als je op je zeventigste niet nog steeds springend rondrost, Mick Jagger en Tina Turner lukt dat immers ook, en anders kun je na je pensioen op z'n minst Italiaans gaan leren of een wijnboerderij in Frankrijk beginnen. 

 Het vertonen van de kwetsbaarheden die bij de ouderdom horen, geldt al bijna als een vorm van maatschappelijk ongewenst gedrag. Ik denk dat ik het nog ga meemaken dat bejaarden die de vierdaagse niet uit lopen en al die anderen die er, om welke reden dan ook (door hun genen bijvoorbeeld), niet in slagen om 'succesvol' oud te worden, tot een beschimpte sociale onderklasse gaan behoren waarvoor iedereen, inclusief zorgverzekeraars, de neus ophaalt.

 Dit hele mechanisme wordt nog eens gevoed door de hardnekkige mythe dat we tegenwoordig zoveel vitaler ouder worden dan vroeger. Natuurlijk is het waar dat het laatste deel van ons aardse bestaan nu  anders verloopt dan voorheen, ondermeer doordat onze levensverwachting met jaren is toegenomen. Maar dat betekent in de eerste plaats dat we heel lang, veel langer dan onze vaders en moeders, domweg oud zullen zijn, en dan nu ook nog eens met al die sportblessures.

In een vergrijzende samenleving zou het veel productiever zijn om niet te streven naar de eeuwige jeugd, maar om ons juist te verdiepen in wat het betekent om níet forever young te zijn. Wat kom je allemaal tegen bij het ouder worden? Hoe verschuiven je prioriteiten en behoeften? Hoe ga je om met de beperkingen die de oude dag nog altijd met zich meebrengt, met verlies, of met de last van chronische aandoeningen waaraan je vroeger tenminste nog tijdig overleed? Hoe moet er op zulke zaken beleid worden gemaakt? Wat betekenen ze voor de sociale cohesie, of voor de economie? En moeten we echt maar dóórgaan met eengezinswoningen bouwen als het krijgen en grootbrengen van een gezin allang niet meer een taak is die een heel mensenleven vult?
  

Maar omdat de beleidsmakers van nu nog steeds de babyboomers van toen zijn en dus de uitvinders van de maakbaarheidsgedachte, gaan zij er in optimistische ondernemerstaal van uit dat ouderen tegenwoordig autonome, onafhankelijke zelfontplooiers zijn, die als manager van hun eigen levensloop optreden. En wéér betekent dat dat wie het niet lukt om 'succesvol' oud te worden, uit de boot zal vallen en daar nog liefdeloos om zal worden uitgelachen ook.

Liefde, dames en heren, was een emotie uit lang vervlogen tijden toen de mensen nog niet zeiden dat zestig het nieuwe veertig is. Liefde betekende de diepe genegenheid voor, de welgezindheid tot of de toewijding voor een ander, met als wezenskenmerken: onbaatzuchtigheid en de intentie die ander zichzelf te laten zijn, in plaats van een projectie van onze eigen verlangens. Maar dat terzijde.

Alsof we tegenwoordig niet al lang genoeg op een nieuwe manier oud zullen moeten zijn,horen we bovendien steeds vaker dat wie nu geboren wordt, met gemak de honderd zal halen. Dat heet goed nieuws te zijn. Wetenschappers verdiepen zich al geruime tijd in de vraag hoe ze het jongste deel van ons DNA, dat blijkbaar altijd sluimerend aanwezig blijft, ook in onze ouderdom, voor levensverlenging kunnen inzetten. In de VS. bestaan zelfs al instituten die claimen dat de mens duizend kan worden, het bekendste is de SENS Research Foundation in Silicon Valley van biomedisch gerontoloog Aubrey de Grey.

Duizend jaar, dat staat zo ongeveer gelijk aan het eeuwige leven. Wat zou het voor de wereld betekenen als we allemaal zo oud werden? Ik voorzie maar één gunstige ontwikkeling. Er zou in dat geval waarschijnlijk significant  minder misdaad en geweld voorkomen, want dat zijn overwegend hobby's van jongeren. Van jonge mannen, om precies te zijn - dus om dit probleem op te lossen hoeven we helemaal niet allemaal duizend te worden, we zouden, net zoals ten tijde van Mozes in Egypte al gebeurde, ook gewoon kunnen verhinderen dat er jongensbaby's worden geboren. 

Verder lijkt het mij dat de planeet aarde, nu al overvol, in ernstige problemen raakt als iedereen maar hardnekkig doorgaat met ademhalen, in plaats van bijtijds onder de zoden te verdwijnen. Hoe, alleen al, verbouw je genoeg voedsel voor al die age-orectics? 

In de natuur zijn jonge dieren per definitie talrijker dan hun aftandse soortgenoten, bij de mens is het zeer binnenkort andersom. In de natuur bestaat het concept niet dat de dood zo lang mogelijk moet worden uitgesteld. Want dáár draait het natuurlijk om bij de vraag of we de ouderdom moeten voorkomen: die is in vele delen van de wereld namelijk de grootste doodsoorzaak onder de bevolking -en de gedachte dat wij er op een dag niet meer zullen zijn terwijl die wereld zonder ons gewoon doorgaat met draaien en de bijen doorgaan met honing maken en de vogels met eieren leggen, zonder ons, is voor velen nu eenmaal ondraaglijk. Een vriendin van mij, verder een verstandige vrouw, zei laatst tegen me dat ze het geméén vond dat mensen doodgaan. 'Ik heb nieuws voor je,' zei ik tegen haar. 'Niemand van ons komt hier levend vandaan.'

Een leven zonder het perspectief van ouderdom en dood is een leven zonder reliëf, zonder seizoenen en zonder de urgentie van de voort tikkende tijd. Een leven dat misschien wel zal aanvoelen als een zwart gat. De bedoeling van ons bestaan, lijkt me, is niet dat we op ons tachtigste of straks op ons achthonderdste nog steeds bezig zijn jong te lijken en dezelfde dingen na te streven die we levenslang al hebben nagejaagd. Om het allemaal een beetje interessant en misschien zelfs zinvol te houden, zullen we toch ooit uit een ander vaatje moeten gaan tappen? Als we het menselijk repertoire tenminste ten volle willen beleven. En dat lijkt mij een groter avontuur dan eeuwig jong te zijn.

We moeten, kortom, de ouderdom niet willen voorkomen. We moeten, ergens tijdens de rit, juist in het reine zien te komen met wat ons mens maakt, onze sterfelijkheid. En daarvoor zullen we af en toe de stilte van ons eigen hart moeten durven betreden, in plaats van te willen voorthollen alsof we altijd achttien blijven.

Ook ik hoop natuurlijk gezónd oud te worden. Maar ik hoop vooral dat niemand me de levensfase door de neus boort waarop ik me nu al zo lang verheug: een oud vrouwtje te zijn, en ongestraft excentrieke kleren en rare mutsjes te kunnen dragen, nooit meer naar de sportschool te hoeven, alles te mogen eten wat ik maar wil, te drinken en te roken omdat dat toch niet meer uitmaakt, aan iedereen lak te hebben en de meest boude dingen te kunnen zeggen zonder dat iemand het nog waagt om me tegen te spreken. 

Auteur: Renate Dorrestein - Niets uit deze column mag zonder toestemming worden overgenomen.

Tweets @watnou60

RT @liefdevoorzorg: Hugo Borst heeft gelijk: veranderingen in de zorg moeten sneller! Zijn jullie het daarmee eens? 😊https://t.co/XkIOc7exK9
dec 03replyretweet
Kijk op https://t.co/DOdCjEGBI5 en maak kans op het boek Inktspot https://t.co/S0I3dq8e2V
dec 03replyretweet